VROUWEN BIJ DE BRANDWEER

Wij zijn verheugd te melden dat per 1 juni 2002 Mevr. F. Willems als eerste vrouwelijke collega het brandweerkorps Tubbergen gaat versterken.
Mevr. F. Willems is in het dagelijks leven kosteres van de hervormde kerk en beheerder van "De Delle". Daarnaast heeft ze de taak om als huisvrouw te zorgen voor haar man en twee kinderen.
Wij wensen Frougje veel succes bij het brandweerkorps Tubbergen.

Een aantal jaren geleden was het thema "vrouwen bij de brandweer" ook bij de brandweer Tubbergen geen punt van discussie. "Onmogelijk, niet bespreekbaar"
Tijden veranderen en daarmee ook inzichten met betrekking tot genoemde stelling.

Interview met Frougje Willems

Mijn naam is Frougje Willems en op 14 maart hoop ik 37 jaar te worden. Ik ben getrouwd en ik ben moeder van twee (uiteraard) prachtige dochters. In het dagelijks leven ben ik werkzaam als kosteres en beheerder van de Delle te Tubbergen. (dit is een multifuncitoneel gebouw inclusief aula). Binnen het korps Tubbergen ben ik als eerste en tot nu enigste vrouw lid van de vrijwillige brandweer. Ik ben begonnen op 1 juni 2002, dus dat is nog niet zo erg lang. Samen met drie andere collega's zijn we in september begonnen met de cursus brandwacht, en zijn we alle vier voor onze theorie geslaagd. (dit mede door onze goede instructeurs).

Als ik het had geweten dat het werk bij de vrijwillige brandweer zo leuk was, dan was ik er vast eerder lid van geworden, al moet ik er wel bij vermelden dat we een in mijn ogen supermooi korps hebben. Natuurlijk zal ik ook heel wat minder mooie dingen mee gaan maken daar ben ik me terdege van bewust. Metname als er iets met kinderen gebeurd lijkt me dat iets heel verschrikkelijks, maar je weet dat ook dat er bij kan horen. Het leuke aan het werken bij de brandweer vind ik het onverwachte en het niet weten wat je te wachten staat, er is dan altijd wel een bepaalde spanning. Natuurlijk heb ik nog niet zo heel veel uitrukken meegemaakt, maar de brand in een varkenschuur te manderveen zal ik niet zo heel gauw vergeten, al die dode varkens die ik mocht helpen schoonspuiten. Als je bij de brandweer wilt, moet het thuisfront er natuurlijk wel achter staan. Het is zelfs zo, dat nu ik met de cursus begonnen ben, mijn man af en toe s'avonds het werk van mij over moet nemen. Echt ambities binnen de brandweer heb ik niet, maar ik zou toch wel graag hoofdbrandwacht willen worden. Verder vind ik dat iedereen moet weten dat een brandweerman/vrouw best verantwoordelijk werk moet doen af en toe. Er komt gewoon veel meer bij kijken dan dat je je voor de tijd realiseert, maar dat maakt het juist ook weer zo boeiend. Tot slot kwam nog de vraag of ik een levensmotto heb! Nou doe gewoon bij alles je best en probeer zoveel mogelijk uit je leven te halen, het gaat tenslotte al snel genoeg.

Groeten Frougje Willems

bron: Intervieuw afkomstig uit "verzamelstuk"
personeelsblad voor de brandweerkorpsen in
de "Regio Twente"




Willems helemaal thuis bij brandweer


‘Nee’, ze voelt zich als vrouw niet plompverloren in een typische mannenwereld en ‘ja’ ze wil bij de brandweer in Tubbergen blijven zolang ze kan. Frougje Willems (38) heeft het gewoon ‘hartstikke goed’ naar haar zin bij het 32 koppen tellende korps uit Tubbergen. ‘We vormen een echte eenheid. Bovendien is het werk spannend.’


Op de website van de gemeente Tubbergen werd onlangs een oproep gedaan tot het aantrekken van meer vrouwelijke brandweerkrachten. Voor Frougje Willems hoeft het niet. ‘Ze moeten de beste maar nemen. Vrouw of man, het maakt me eerlijk gezegd helemaal niets uit.’

De Tubbergse brandweerkracht is overigens sinds een aantal maanden niet meer de enige brandweervrouw binnen het korps. Want in september kwam een tweede dame het korps versterken. Twee dames en dertig heren. ‘Ach, ja’, zegt Willems, ‘het is misschien ook wel een beetje een mannenberoep. Er komt ook regelmatig veel fysieke kracht bij kijken.’ Het heeft Willems niet weerhouden voor drie jaar terug de kazerne aan de Reutummerweg binnen te stappen.


Eigenlijk wist de geboren Vriezenveense als veertien-jarig meisje al dat ze geknipt was voor het vak. Ze zag in haar toenmalige woonplaats Usselo café-restaurant Hannink - het huidige Hanninkshof - tot de grond toe af branden. ‘Tja’, aarzelt de Tubbergse, ‘je mag het misschien niet zeggen, maar dat was toch echt een mooie grote brand. Ik was echt onder de indruk. Vanaf dat moment wist ik dat ik later bij de brandweer wilde.’


Drie jaar geleden - Willems woont al weer acht jaar in het dorp Tubbergen - zag ze een advertentie in de krant waarin een beroep werd gedaan op kandidaten die zich aan wilden sluiten bij het korps. ‘Ik keek ernaar en toen dacht ik, als ik het nu niet doe dan doe ik het nooit.’ En dus hakte ze de knoop door en zat even later bij de medische keuring. ‘Daar zag ik voor mij een man naar binnengaan, die echt vreselijk hard en lang begon te fietsen. De man bleef maar stoempen op die pedalen. Echt onvoorstelbaar. Ik keek ernaar en dacht dat voor mij het brandweeravontuur al ophield voordat het was begonnen, want zo hard kon ik niet fietsen. Maar achteraf bleek die man helemaal niet voor de brandweerkeuring te komen. Hij was een profwielrenner, ha ha. Is echt gebeurt.’

Aan de keukentafel in haar woning aan de Uelserweg is Willems openhartig over haar eerste schreden binnen het Tubbergse korps. ‘Ik heb me als vrouw nooit ongemakkelijk gevoeld tussen de mannen. Ik word heel normaal behandeld, gewoon geaccepteerd. Bovendien vormt het korps in Tubbergen een hechte eenheid. En toch merk ik bij de uitvoering van mijn werk dat ik soms fysieke kracht tekortkom. Bij het aantrekken van de kettingmotorzaag word ik steevast uitgelachen door de jongens. Maar ze zijn altijd wel bereid me een handje te helpen. Maar wie mij drie jaar geleden zou hebben verteld dat ik een snijbrander of een slijpschijf zou kunnen bedienen, zou ik uitgelachen hebben. Ik heb zoveel geleerd bij de brandweer.’

De brand die tot dusver de meeste indruk op Willems heeft gemaakt is een brand in een varkensschuur in Manderveen. Dat was in het begin van haar loopbaan. Toen ze nog niet mee mocht op de wagen, maar er wel achteraan mocht rijden. ‘Het geluid van gillende varkens en de geur van gegrild varkensvlees zal ik niet zo snel vergeten. Bovendien moesten we allemaal de wei in om de varkens te vangen.’

Ook was Willems erbij toen een slachtoffer van een brand uit zijn woning moest worden gehaald. Ook dat maakte indruk. Begin deze week hielp ze nog mee een caravan te blussen op Overheempark ’n Kaps in Tubbergen. ‘Dat was toch nog een behoorlijke brand.’ Frougje Willems draagt de pieper 24 uur per dag. ‘We kennen in Tubbergen geen piketdiensten. We zijn allemaal continu stand by.’ Moeite heeft ze er niet mee. Geen moment. Afgelopen jaar is ze toch al snel tien keer uit haar slaap gehaald. Kleren aan, schoenen aan, autosleutels mee en zo snel mogelijk naar de post. Rats, rats, rats. Het bevalt haar prima.

Gunnen

Ook haar man en twee dochters hebben ermee leren leven. ‘Ze gunnen me het allemaal van harte. Aanvankelijk vonden mijn dochters het nog wel een beetje eng als ik er ’s nachts uitging, maar inmiddels zijn ze er helemaal aan gewend en vragen ze me ’s morgens louter uit belangstelling waar ik heen moest.’


In de drie jaar dat Willems nu binnen het korps actief is, is haar opgevallen dat het met de branden - met uitzondering van schoorsteenbrandjes - wel meevalt in deze gemeente. ‘Auto-ongelukken is hier een beduidend groter problemen. We worden daar regelmatig mee geconfronteerd. Dan moet er bijvoorbeeld een slachtoffer worden uitgeknipt.’

Op dit moment volgt Willems in Almelo een cursus tot hoofdbrandwacht. ‘De ambitie verder te komen is er wel, maar dan wel op vrijwillige basis. Ik heb ook nog een deeltijdbaan en een gezin. Ik vind het prima zo.’


23 jan. '05 - bron tctubantia